Weet u dat onze snelwegen heel veel hobbels hebben? Zo zit de A10 Oost er vol mee. En aan de westkant vlak voor de Coentunnel is het ook even stuiteren. De allerhoogste bobbel in ons wegennet zit overigens op de A4 net na het Prins Clausplein richting Leiden. Daar lukt het mij soms om met de wielen los van het asfalt te komen. Moet dan wel uitkijken tegelijk niet mijn hoofd te stoten.
‘Ze overdrijft!’, denkt u waarschijnlijk. U zoeft er met uw ultravering waarschijnlijk soepeltjes overheen. Dan zal ik ook iets meer over mijn vervoersmiddel onthullen. Sinds enkele maanden ben ik weer de troste bezitter van een Mini. Niet zo’n modern BMW-joekel waar bij de aankoop een enorme dosis arrogantie wordt bijgeleverd. Nee, een klassieke: een zwart metalen doosje met wit dakje, dubbele uitlaat en op elke hoek een breed maar heel klein bandje. Dit alles niet meer wegend dan 600 kilo. Vijf jaar geleden had ik er ook één, maar in de tussentijd lijken de wegen veel minder vlak. Of is het mijn ouderdom? Na een uur rijden krijg ik soms zelfs rugpijn.
Daarom besluit ik onlangs naar Amsterdam-Noord in plaats van over de vlottere A10-Oost, de westelijke kant te nemen. Rij het er maar een keer op na: die kant van de ring is een stuk vlakker, behalve dan dus net voor de Coentunnel. Maar zo ontstaat een nieuw probleem. Op een groot deel van de westring is de maximum snelheid de oh zo schappelijke maar erg trage 80 km per uur. Nu is enkele weken geleden mijn kilometerteller overleden. En hoe kom je er dan achter of je 80 rijdt. Stiekem probeer ik bij een wit bestelbusje een soort zijkant-kleven uit. Maar van achteren beginnen mensen wel heel dicht mijn bumper te bekijken. Het vermoeden bekruipt me dat ik een té trage metgezel heb uitgekozen. Snel manoeuvreer ik naar een Twingo verderop. En zo bereik ik in vijf hele lange minuten het stuk vlak voor de Coentunnel. Eindelijk! Het gas mag er weer op. Even vergeten dat hier het hobbelcircuit begint.
Waar ik met mijn nieuwe scheurmonster ook achter ben gekomen is dat automobilisten – vooral mannen – hun rijgedrag ten opzichte van anderen erg aanpassen aan de grote van de auto. Zo rijd ik enkele dagen geleden achter manlief – in zijn degelijke stationwagon - naar huis. Moeiteloos weet hij via een onzichtbare wenk de auto’s naar de rechterhelft te bonjouren, zonder zijn 130 km per uur ook maar één keer te moeten onderbreken. Geheel anders is het bij mij. De bolides – wel nog steeds op de rechterhelft – versnellen opeens naar de 140. De mannen gehuld in pak en donkere zonnebril verblikken of verblozen niet. Stug voor zich uit kijkend zorgen ze er wel heel secuur voor niet te worden ingehaald door dat koekblikje uit de vorige eeuw. Zou dat een afgang zijn? Totdat ze uit een ooghoek in het kleine autootje een chauffeur met twee bobbels zien zitten. Dan verschijnt een – in hun ogen – sexy glimlach en zwaaiend handje. Maar het gas blijft erop…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten