
Kabul, 27 augustus 2009
Ramadan: In Nederland staan vooral de kranten vol met Tariq Ramadan, de ontslagen moslimsfilosoof. Maar hier in Afghanistan is de vastenmaand van de moslims het gesprek van de dag. Bij interviews excuseren Afghanen zich dat ze geen thee kunnen aanbieden. Iets waar je anders niet onderuit komt. Probeer je afspraken te maken, dan kan dit maar tot 1 a 2 uur ’s middags. ‘Want tsja, het is Ramadan. Later op de dag zijn de mensen te moe en naar huis.’ Als buitenlandse journalist durf je hier geen probleem van te maken. Maar de consequentie is wel dat je al je afspraken in slechts 5 uurtjes per dag moet proppen.
Toch heeft Ramadan wel iets. De mensen zijn duidelijk meer met hun geloof bezig. Zo moesten we gisteren vijf minuten wachten totdat onze taxichauffeur klaar was met bidden. Ook maakt het de mensen meer bewust van het feit dat ze normaliter eten hebben. En de maand heeft iets mystieks. Zo organiseerde ons guesthouse in Kabul op de avond voor het begin van de vastenmaand een speciale feestavond. Elke donderdagavond – de avond voor hun vrije vrijdag (men werkt hier zes dagen per week) - wordt de met tl-buizen verlichte eetzaal omgetoverd in een romantisch restaurant met kaarsen die gevaarlijk dicht bij de roze kunstboeketjes staan. Maar de avond voor Ramadan was de gehele eetzaal - inclusief buffet - verhuisd naar de hoteltuin. Ook speelde er een Afghaanse band. Buiten eten op de klanken van de traditionele muziek gaf een mysterieuze sfeer waar je bijna door ging fluisteren.
Ook op straat ontstaat er rond zonsondergang een speciale sfeer. Overal gaan mensen brood halen. Bewakers eten samen in hun kleine wachthuisje rijst met bonen. En overal nodigen ze ons uit om mee te eten. Zo passeerden we ’s avonds een bakker waar ze ons direct thee met vers brood aanboden wat wij niet konden weigeren. De bakkers werkten onderwijl door.
Toch zijn er ook mensen die er onderuit proberen te komen. Zo spraken we met verschillende politievrouwen . Hun kolonel nam ’s middags zonder moeite een kopje thee onder het mom dat hij ziek was.
Onze chauffeur gebruikt Ramadan op een andere manier. Voor een bezoekje aan een winkel parkeerde hij – net als velen - even zijn auto langs de kant. Na enkele minuten begon een in groen uniform gestoken politieagent wild naar ons te gebaren. Bij terugkomst uit de winkel ontaarde hij in een onverstaanbare monoloog, wild gebarend met zijn armen. Onze chauffeur antwoordde koeltjes dat hij na zonsondergang zou terugkeren om het uit te praten. ‘Het is Ramadan. Als ik nu bad words gebruik, is mijn Ramadan verpest.’ De agent bleef achter met een mond vol tanden. De chauffeur schaterde, het zo goed opgelost te hebben. ‘Maar het is de waarheid. Tijdens Ramadan mogen we geen bad words gebruiken of bijvoorbeeld over vrouwen praten. Na zonsondergang is dat anders.’ Ik vroeg wat hij het moeilijkste aan Ramadan vond. ‘Niet roken’, antwoordde hij direct. Ik moest lachen aangezien het mij een stuk moeilijker lijkt bij 30 graden Celsius van zonsop- tot zonsondergang geen druppel water te mogen drinken.
Sinds enkele dagen zijn wij in Herat. Omdat deze westelijke stad een stuk minder hoog ligt dan Kabul ligt de temperatuur hier zelfs boven de 40 graden. Met mijn lange kleding en hoofddoek heb ik af en toe het idee dat ik bijna flauwval, laat staan als je veertien uur achter elkaar niet eet en drinkt. Slechts één woord blijft dan ook voor deze mensen over: RESPECT.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten