donderdag 22 oktober 2009

Veiligheidsmaatregelen a la Afghan style


Kabul, 19 augustus 2009

Sinds enkele dagen trilt elke paar uur mijn mobieltje vanwege smsjes van ongeruste familieleden en vrienden. In Nederland denkt men onderhand dat heel Kabul in vuur en vlam staat. Raar als je dat vergelijkt met hoe ik hier de afgelopen dagen door de rustige straten reed, waar Afghanen gewoon doorleven. Vrouwen in blauwe burka’s shoppen op de markt. Mannen in spijkerbroek prijzen gigantische meloenen aan. Jongeren picknicken in het park. En straatkinderen rennen gillend rond met posters en petjes van presidentskandidaat dr. Abdullah, net uit een voorbijrijdende campagneauto gestrooid. De kilometerslange betonnen muren met prikkeldraad - onderbroken door hokjes met bewakers met mitrailleurs - blijven me herinneren waar ik ben. En de regelmatig langsrijdende konvooien met Amerikaanse legerhummers geven me kippenvel. Maar of het nu grimmig is in Kabul? Eerlijk gezegd heb ik het idee dat de verkiezingen meer in het Westen leven dan bij de Afghanen zelf.

Ook de veiligheidsmaatregelen hier in Kabul worden in Nederland volgens mij enigszins overschat. Zo lees ik enkele dagen geleden op nu.nl dat in de Afghaanse hoofdstad zeer scherpe veiligheidsmaatregelen zijn getroffen. Uiteraard staat in het centrum inmiddels op vrijwel elke straathoek een Afghaanse legertruck met bovenop in de brandende zon een vermoeide soldaat achter een enorme mitrailleur. Maar samen met mijn Nederlandse fotograaf en Afghaanse chauffeur kunnen we enkele dagen eerder - zonder dat we worden gefouilleerd, onze tassen worden doorzocht, onze namen worden gevraagd, of ook maar om onze paspoorten wordt gevraagd - zo het ministerie van Gezondheidszorg in wandelen. ‘Lukt je dit ook zonder ons’, vraag ik verbaasd aan onze Afghaanse chauffeur (wetende dat blanken door beveiligingsmensen – misschien wel onterecht - vaak sneller worden vertrouwd). ‘Zonder jullie zou me dat net zo gemakkelijk lukken. Waarom niet? Ik weet hoe ik met deze mensen moet omgaan’, antwoordt hij met een brede lach. ‘Maar terroristen weten dat ook’, antwoord ik enigszins bedenkelijk. Bij het ziekenhuis wat we vervolgens bezoeken, wordt elke man zeer vluchtig rond het middel gefouilleerd. De veelal gesluierde of in burka geklede vrouwen kunnen zo naar binnen. Zoals in de meeste moslimlanden mogen zij enkel worden gefouilleerd door vrouwen. Maar die zijn nergens te bekennen. ‘Misschien eventjes lunchen‘, lach ik tegen de fotograaf.

Als achtergrondjournalist hoef ik gelukkig niet alle zelfmoordaanslagen af te lopen. Maar mijn fotograaf wil zaterdag graag voor wat foto’s naar de plek vlakbij het NAVO-gebouw waar die ochtend een aanslag is gepleegd. Daar aangekomen worden we eerst tegengehouden door Afghaanse soldaten. Vervolgens vertelt verderop een Franse ISAF-militair ons dat we niet verder kunnen. Langs een klein paadje aan de zijkant lopen we toch met stalen gezichten langs een aantal Afghaanse politiemannen. Die nemen genoegen met onze perspassen en opeens staan we een stukje verderop tussen het mediacircus van journalisten en camera’s op zo’n tweehonderd meter van de uitgebrande auto van de zelfmoordterrorist. Met verbazing kijk ik naar een stotterende CBS-journaliste die voor de camera zeker tien keer niet verder komt dan haar eerste twee zinnen. Maar mijn verbazing wordt groter als opeens onze Afghaanse taxichauffeur naast me staat en vraagt of hij nou mag gaan. Blijkbaar had hij totaal geen problemen met al die veiligheidsmaatregelen, a la Afghan-style dan maar…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten