
Een Kamermeerderheid steunt het voorstel van GroenLinks en D66 om zo’n vijftig politietrainers onder EU-vlag naar Afghanistan te sturen. Deze politiemensen zouden door tweehonderd Nederlandse militairen moeten worden beveiligd. Verschillende media besteden hier aandacht aan zonder duidelijk te vermelden dat deze zogeheten EUPOL-missie sinds halverwege 2007 bestaat en Nederland hier al 19 politietrainers aan levert. Ook beschrijft geen enkel medium tegen welke problemen deze EUPOL-missie momenteel aanloopt en hoe de Nederlandse politie tegen deze missie aankijkt. Vreemd aangezien deze informatie waardevol is voor het nemen van een afgewogen beslissing over deze missie.
De Nederlandse Politiebond was eerder bijvoorbeeld zeer kritisch over de eerdere uitzending van negentien politiemensen naar Afghanistan. Volgens de bond staan de politiekorpsen in Nederland door bezuinigingen dusdanig onder druk dat er geen prioriteit moet worden gegeven aan het uitzenden van politiemensen naar het buitenland. Elke uitgezonden politieman of -vrouw moet in Nederland namelijk tijdelijk worden vervangen.
Ook wordt er totaal geen aandacht besteed aan de mogelijkheid om de vijftig politiemensen te laten beveiligen door buitenlandse militairen, bijvoorbeeld door de nationaliteit die kamp Holland gaat overnemen. De drie Nederlandse EUPOL-politiemensen in Kandahar worden nu bijvoorbeeld regelmatig beschermd door Canadese militairen. Het beveiligen van Nederlandse politiemensen door buitenlandse militairen ligt in Nederland echter politiek gevoelig. Dit punt wordt echter eveneens door geen enkel medium aangestipt.
Verder kampt de huidige EUPOL-missie met vele problemen. Zo was het politietrainingscentrum in Uruzgan al een half jaar na oplevering een enorme puinhoop: de riolering was verstopt, de elektrische installatie aan vervanging toe en de waterbron volledig leeggezogen. Dit kwam volgens EUPOL door ‘overbevolking’. Tijdelijk werden de Afghaanse studenten daarom in tenten ondergebracht. Daarin bleken ze elkaar echter seksueel te misbruiken, waarop de tenten door EUPOL weer snel zijn afgebroken. Dit alles heeft het opleiden van politiemensen echter zeer vertraagd.
Ook kampt de EUPOL-missie met het probleem dat vooral analfabete - veelal aan heroine verslaafde - boerenzonen zich aanmelden om politieman te worden. Het kost ontzettend veel tijd en energie deze mensen op te leiden tot civiele politiemensen. De Afghaanse politie kampt ook nog eens met een enorm afbreukrisico; per week komen gemiddeld veertig Afghaanse agenten om het leven, drie keer zoveel als militairen. Ook lopen veel agenten over naar de Taliban; per jaar stroomt 20 tot 25 procent van de Afghaanse politie uit.
Ook blijken de regels voor Nederlandse politiemensen in Afghanistan niet duidelijk. Zo zijn de Nederlandse politiemensen in Afghanistan officieel ‘burger’ maar mogen wel een wapen dragen. Wanneer zij dit wapen mogen gebruiken, is echter zeer onduidelijk. Een Eric O. situatie ligt hierdoor op de loer.
Verder is er ontevredenheid over het verschil in salaris tussen marechaussees die onder de EUPOL-missie werken en marechaussees die onder de militaire ISAF-missie werken. De Nederlandse ISAF-marechaussees verdienen minder dan hun EUPOL-collega’s terwijl ze regelmatig de poort uitgaan en daarmee beduidend meer risico lopen.
Ook zijn er verschillende logistieke problemen. De negentien Nederlandse EUPOL-politiemensen – die momenteel in Kabul, Uruzgan en Kandahar zitten – moeten vaak dagen wachten om mee te kunnen op een militair ISAF-vlucht aangezien militairen altijd voorrang krijgen.
Verder is de uitzending van de Nederlandse politiemensen alles behalve efficiënt. Zij worden minimaal voor een half jaar en maximaal voor een jaar uitgezonden. Langer mag niet van het ministerie van Binnenlandse zaken omdat een politieman of -vrouw anders de binding met het korps zou kwijtraken. Elk halfjaar gaan de Nederlandse politiemensen twee keer drie weken terug naar huis of op vakantie. Hierdoor zijn zij alles bij elkaar nog maar weinig in Afghanistan, wat de efficiëntie evenmin ten goede komt.
Naast EUPOL focussen veel partijen zich op het trainen van Afghaanse politie, waaronder ISAF, het commerciële bedrijf Dyncorp – bestaande uit Amerikaanse ex-militairen – en het internationale samenwerkingsverband CSTC-A. Vanzelfsprekend zou het veel efficiënter zijn als deze partijen zouden worden verenigd in één grote politiemissie in Afghanistan. De partijen willen zich echter profileren en zichtbaar blijven. Het geo-politieke spel is ook hier duidelijk belangrijker dan de toekomst van de Afghanen.
De vraag is of EUPOL – en dus ook een uitgebreidere politiemissie – meer is dan een druppel op de gloeiende plaat. Het jaarlijkse budget van 64 miljoen euro valt in ieder geval in het niet bij de miljarden die de Amerikanen, het commerciële Dyncorp en CSTC-A jaarlijks besteden aan het trainen van Afghaanse politiemensen.
(Andrea Dijkstra is freelance journalist en is meerdere keren in Afghanistan geweest om te berichten over de EUPOL-missie)

Foto's: Jeroen van Loon
Geen opmerkingen:
Een reactie posten